login
Praktijkschool De Wissel Respont

Onderbouw

 Klik hieronder op een vak om er meer over te lezen.

Rekenen/wiskunde                         Basis zorg

Nederlands                                    Textiel

Engels                                           Schilderen

Gym                                              CUMA

Basis Koken                                   Groen

Basis Techniek                               Huishoudelijk werk

Basis ICT                                       Verkeer

Creatieve handvaardigheid               Economie (vanaf klas 2)

Beroepen Orientatie (vanaf klas 3)   Drama (vanaf klas 3)
 

 

Rekenen/wiskunde

Het vak rekenen wordt klas 1 t/m 5 in 3 sub-groepjes gegeven, zodat iedereen op zijn/haar eigen tempo en niveau kan werken.
 Het reken/wiskunde onderwijs bestaat uit verschillende onderdelen:
- Hoofdrekenen (uit je hoofd sommen maken)
- Praktisch rekenen (meten, tijd, inhoud, enz uit boekjes van ‘promotie’)
- Geldrekenen (geld tellen, wisselgeld teruggeven, betalen, enz)
Dit laatste onderdeel wordt ook tijdens de lessen Economie behandeld.

Promotieboeken

Net als goed kunnen lezen en schrijven is rekenen een belangrijk onderdeel waarmee we de leerlingen voorbereiden op een zelfstandige plek in de maatschappij. In PrOmotie Rekenen en Wiskunde wordt de lesstof aangeboden in een vorm die nauw aansluit op wat leerlingen in het praktijkonderwijs kunnen en nodig kunnen hebben. Abstracte formules zijn er niet bij, alles is gerelateerd aan de praktijk. Veel van de onderwerpen die in de werkboeken behandeld worden, komen terug bij andere leerlijnen. Dit zijn allerlei nuttige dingen uit het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wegen bij Praktijk en Loopbaan (Koken) en geldrekenen bij Cultuur en Maatschappij (Ik betaal!). Daarnaast komen onderwerpen als temperatuur en tijd aan bod, net als meten (bijvoorbeeld voor het inrichten van woonruimte of afleggen van een afstand).


Nederlands

 Nederlands bestaat uit een aantal  onderdelen:
1 begrijpend lezen
2 spelling
3 schrijven
4 ralfi lezen

1 Begrijpend lezen:
Bij het vak begrijpend lezen wordt gebruik gemaakt van de praktijkschoolmethode ‘promotie’. Deze methode is gericht op leerstof die direct in de praktijk te gebruiken is. Hierbij kun je denken aan het leren lezen van recepten, plattegronden, handleidingen e.d. De methode bestaat uit 5 delen. Elk schooljaar wordt er 1 deel behandeld. De leerlingen werken in niveaugroepen. Elk jaar wordt er opnieuw gekeken of een leerling in de goede niveaugroep zit. Dit doen we door middel van een toets. Zo kunnen we zien of een leerling vooruit gaat en  hij/zij nog op het goede niveau werkt. Naast promotie lezen wordt er ook gebruik gemaakt van Nieuwsbegrip. Nieuwsbegrip werkt met een tekst en vragen. Deze tekst is elke week nieuw en gaat over iets wat gebeurd is die afgelopen week. Up to date dus! Bovendien worden deze teksten ook weer geschreven op niveau. Je  hebt een A, B en C versie, zodat leerlingen op hun eigen niveau kunnen werken. We kunnen daarnaast ook nog gebruik maken van een programma op de computer. Dit programma heet Netnieuws. Het mooie van dit computerprogramma is dat de teksten, die ook elke week anders zijn en over iets gaan uit het nieuws van afgelopen week, door de computer voorgelezen kunnen worden. Zo kunnen ook leerlingen die moeite hebben met lezen helemaal zelfstandig aan de slag! De vragen die hier bij horen kunnen de leerlingen digitaal maken waarna ze hun werk kunnen uitprinten en inleveren. Voor de leerlingen die behoefte hebben aan verdiepingsstof gebruiken we de vmbo methode station.  Deze methode werkt met modules zodat we de leerlingen stof kunnen aanbieden die op dat moment past bij hun ontwikkeling.

2 Spelling

Ook bij het vak spelling werken we in niveaugroepen. Anders dan bij begrijpend lezen gebruiken we hier geen methode voor het praktijkonderwijs omdat deze voor spelling niet bestaat.  We gebruiken hiervoor de methode Taal op maat. Daarnaast is er nog extra stof in de vorm van spelling in de lift. Spelling wordt ook in niveaugroepen gegeven. Elk jaar wordt er opnieuw een toets afgenomen zodat wij precies weten wat de leerlingen al kunnen en waarbij ze nog extra hulp nodig hebben.

3 Schrijven

Het vak schrijven wordt in de eerste drie klassen (onderbouw) gegeven. Voor dit vak gebruiken we de praktijkschool methode promotie schrijven. Schrijven wordt klassikaal gegeven. Onderwerpen die aan bod komen zijn: kaarten en brieven schrijven en opsturen, het maken van een dossier, belangrijke  papieren invullen, informatie  vragen, zakelijke  e-mails schrijven e.d.

4 Ralfi lezen

Wat is Ralfi lezen en hoe wordt het gegeven op Praktijkschool ‘de Wissel’.

Ralfi lezen is ontstaan vanuit de wens om leerlingen vloeiender te laten lezen. Dit is  vooral bedoeld voor leerlingen die de leeshandelingen wel beheersen, maar niet automatiseren. Ralfi lezen staat voor:

R:  repeated reading, wat betekent: herhaald lezen van hetzelfde stukje
A:  assisted reading: leerlingen worden ondersteund bij het lezen
L:  Level: er wordt gewerkt met relatief moeilijke tekst (hoger dan niveau)
F: Feedback: Leerlingen krijgen directe feedback op aarzelend of fout gelezen woorden.
I:  Interactie en Instruction: Er is interactie over de inhoud van de tekst.

Repeated:
Herhalen van de tekst blijkt voor de leerlingen van groot belang. Hierdoor wordt de vloeiendheid van het lezen bevordert. De tekst wordt in totaal 4 keer gelezen, daarna wordt overgegaan naar de volgende bladzijde.

Assisted:
Leerlingen worden ondersteund bij het lezen. Het lezen wordt hierdoor makkelijker waardoor
succeservaring plaatsvindt.

Level:
Er wordt gewerkt met teksten die de leerlingen vaak zelf  nog niet zelfstandig kunnen lezen. Dit omdat teksten van een wat hoger niveau inhoudelijk interessanter zijn voor de leerlingen en omdat het een rijkere context heeft.

Feedback:
Leerlingen worden gelijk geholpen wanneer ze een woord foutief lezen of als ze aarzelen.

Interactie:
Naast het technisch lezen is er ook aandacht voor de inhoud. Zo wordt er besproken hoe het verhaal zou kunnen eindigen, worden er tekeningen gemaakt over een gebeurtenis in het boek en samenvattingen gemaakt. Daarnaast worden moeilijke woorden/zinnen besproken.  Eventueel wordt er extra informatie gezocht op de computer. Hierdoor komen de volgende leesstrategieën aan bod:

- Vragen stellen
- Samenvatten
- Voorspellen
- Ophelderen.
In de praktijk werkt het op de volgende manier:

Een leerling die moeite heeft met lezen, omdat
- zijn avi- niveau laag is, of
-  het leestempo laag ligt of
-  er vermoedens van dyslectie zijn
komt in aanmerking voor ralfi lezen.

• Leerlingen moeten zelf gemotiveerd zijn om te lezen. Zij krijgen een intake-gesprek waarin wordt besproken wat het doel is van ralfi lezen en of zij hiervoor gemotiveerd zijn. Wanneer de leerling gemotiveerd is, volgt de volgende stap
• Afhankelijk van niveau wordt gekozen met hoeveel leerlingen er in een groepje gelezen wordt, altijd met begeleiding van leerkracht/onderwijsassistent. Er wordt gestreefd naar minimaal groepjes van 2 en maximaal groepjes van 4 lezers.
• Samen wordt een boek gekozen die een niveau hoger ligt dan hun eigen avi niveau, voor de lagere niveaus hebben leerlingen ruime keuze uit de boeken van eenvoudig communiceren, hogere niveaus kunnen ook andere jeugdboeken lezen. De keuze van het boek is zeer belangrijk, daar het bijdraagt aan de motivatie van de leerling. Het boek moet leuk gevonden worden.
• Ieder krijgt een eigen boek, het is raadzaam  om de bladzijden te kopiëren zodat er in gestreept kan worden, zeker bij boeken van een hoger niveau.
• De eerste bladzijde wordt eerst voorgelezen door de leerkracht/onderwijsassistent. De leerlingen lezen mee, zetten eventueel strepen onder woorden die ze niet kennen. Deze woorden worden uitgelegd, het liefst door andere leerlingen die het woord wel kennen.
• De leerlingen lezen stil de bladzijde voor zichzelf.
• Daarna begint een leerling met het voorlezen van de bladzijde. Daarna leest de andere leerling ook nog een keer dezelfde bladzijde. Totdat iedere leerling de bladzijde gelezen heeft. Wanneer een leerling woorden fout leest mogen andere leerlingen uit het groepje de lezende leerling helpen. Ook de leerkracht kan dat doen. Een leerling wordt meteen geholpen, bijvoorbeeld ook als hij het woord aarzelend leest.
• Tenslotte is er tijd voor het maken van een samenvatting, het voorspellen hoe het verhaal afloopt of het maken van een tekening.

 

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Engels

 Promotie Let’s get started 

Het verstaan en spreken van de Engelse taal is belangrijk om binnen en buiten Nederland te kunnen communiceren. Met 'Let’s get started' oefenen de leerlingen praktijksituaties op het gebied van wonen, werken en recreëren. Zo zijn ze straks in staat om een toerist in Nederland de weg te wijzen of zelf op vakantie een maaltijd te bestellen.

Let’s get started heeft koppelingen met de sociale en mondelinge vaardigheden die in alle leerlijnen van PrOmotie verweven zijn. We zetten het materiaal in in elk leerjaar van het praktijkonderwijs. Het materiaal van Let’s get started bestaat uit een map met drie faseboeken en een cd-rom. De vijf domeinen van Cultuur en Maatschappij komen hier steeds in terug; Rondom je ruimte, Op je gezondheid, Leuke dingen, Geldzaken en De maatschappij.

Uitgangspunt voor Engels in het praktijkonderwijs is dat de leerlingen starten op het basisniveau. We beginnen met het aanleren van woorden en korte zinnen zoals “I like …” Het stampen van rijen woordjes en werkwoordsvormen is geen doel op zich, soms zijn voor het uitvoeren van praktische oefeningen echter wel (delen van) rijtjes nodig. We behandelen realistische thema’s die aansluiten op de belevingswereld van de klas. De cd-rom met filmclips is daarbij ondersteunend.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Gym/Bewegingsonderwijs

Met onze visie/werkwijze proberen we de kwaliteit van de bewegingslessen binnen de Wissel te waarborgen. We hebben getracht de lessen op te delen in vier categorieën. Dit betekent dat de kern van de les in het teken staat van een categorie. Het is de bedoeling dat deze 4 categorieën gaan rouleren. Iedere week komt dus een andere categorie aan de orde. De invulling van de les wordt vormgegeven door de docent.

De 4 thema’s:

1. Grensverleggende sport
2. Samenwerking en sport
3. Spel
4. Conditie

Grensverleggende sport

Ons doel bij grensverleggende lessen is: Leerlingen hun eigen grenzen op te laten zoeken en te verleggen. Het gaat hier vooral om individuele vaardigheden. Denk hierbij aan:  

• werpen, mikken, rollen, vangen, slaan(met racket) etc.
• balanceren, hinken, rennen, springen, (kop)rollen, duiken, kruipen, luisteren etc.
• reactie snelheid, gehoor, gevoel, zicht
• hoogte vrees, bal vrees,
• de technische elementen van uiteenlopende sporten. Enkele voorbeelden: lay-up, pushen, passen, etc.

De lessen zijn op het individu gericht. Groepsgedrag en spel inzicht spelen enkel op de achtergrond mee. Deze lessen creëren voorwaarden voor de spel,- en samenwerkingslessen. We gebruiken zoveel mogelijk de deelmethode. Geen complexe maar juist overzichtelijke bewegingsvormen. Geen samenwerking of groepsgedrag eisen. Het gaat om het individu!

Samenwerking en sport

Ons doel bij samenwerkingslessen is: De leerling leert spelen, in tweetallen, meertallen en teams. Doel van een spel of activiteit moet gericht zijn op het samenwerkingsproces. Winnen of verliezen is niet belangrijk. Omgaan met winst en verlies is natuurlijk wel een omgangsvorm die ten doel gesteld kan worden.

Voorbeeld van activiteiten:

• Ravijnspel
• Blinde begeleiden
• Hindernisbanen
• Matspelen
• Mijnenveld
• Wandelende A
• Op en afbouwen van les situaties.
• Etc.

Spel

Ons doel bij spellessen: De leerling leert de regels en tactiek van verschillende spelsporten. Het gaat om een totaalmethode van een spel. Het mogen wel voorbereidende spelvormen van de echte spelen zijn. Binnen de spelvorm wordt een specifieke regel of tactiek behandelt. Voorbeeld: basketbal - second-drible. Wel staan vrijlopen en samenspel altijd centraal.

Voorbeelden:

• Voetbal
• Hockey
• Basketbal
• Handbal
• Korfbal
• Badminton
• Etc.


Conditie

Ons doel bij conditie lessen: De leerling werkt aan zijn of haar conditie. Dit kan kracht, snelheid en uithoudingsvermogen zijn. Vaak zit het verpakt in een spel of wedstrijd vorm.

Voorbeelden:

• Estafette vormen
• Hindernisbaan
• Piramideloop
• Duurloop
• Shuttlerun test
• Circuit vormen
• Etc.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Basis Koken

 Koken klas 1 en 2

In het eerste jaar leren de leerlingen allerlei basistechnieken die in het tweede jaar verder worden uitgebreid. Zo worden de recepten ieder jaar iets moeilijker en zal een leerling in klas 2 al zelfstandig  verschillende gerechten kunnen bereiden. Het jaar is opgedeeld in thema’s waaraan verschillende gerechten zijn gekoppeld bijvoorbeeld:”Holland” met als recepten stamppot en speculaas of het thema”feest “met als recepten appeltaart en pannenkoeken. Tijdens de kookles wordt er naast koken ook aandacht besteed aan samenwerken, hygiënisch werken en het proeven van verschillende voedingsmiddelen.

Vanaf klas 4: "werken in de keuken"

In het vierde jaar tijdens je stage kun je kiezen voor het werken in de horeca, en als het je leuk lijkt om later hiermee je geld te gaan verdienen, is het mogelijk om een kookcursus te gaan doen op school. Tijdens deze cursus leer je professioneel koken, zoals in een keuken van bijvoorbeeld een hotel gebeurd. Naast de praktijk is er ook een stuk theorie over hoe je maaltijden verzorgt en alle andere dingen die belangrijk zijn om te weten over het werken in de horeca. De cursus wordt verzorgd via de KPC groep en wordt dan ook afgerond met een echt examen, en als je geslaagd bent ontvang je dan ook echt een diploma dat erkend wordt bij verschillende horeca bedrijven in Nederland.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Basis Techniek

Het vak basistechniek hout, wordt  gegeven in de klassen 1, 2 en 3. In  de klassen 1 geeft meester Niels deze lessen en in de klassen 2 en 3 geeft meester Tim deze lessen. In deze lessen komen verschillende technieken aan bod. Van het werken met handgereedschappen, meten, aftekenen, tekeninglezen t/m werken met de verschillende machines. De leerlingen passen deze technieken toe bij het maken van verschillende
werkstukken. In de klassen 1 begint dit met kleine werkstukjes, zoals spelletjes. In de klassen 2 gaat dit al wat verder, daar worden de werkstukjes al wat groter en iets moeilijker. Denk hierbij aan een dambord of een wc rolhouder.  In de klassen 3 beginnen we met een stuk herhaling en gaan we al vrij snel over naar grotere werkstukken, zoals: vogelhuisjes, bloembakken, tuinbanken , etc…  Uw zoon/dochter zal regelmatig met leuke werkstukken thuiskomen die u wellicht in de tuin kunt hangen of zetten.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Basis ICT

Vanaf klas 1 leren de leerlingen omgaan en werken met de computer. Ze krijgen les over verschillende programma's, onder andere Windows, Word,
PowerPoint, Excel, Paint, en internet. Ook komt in klas 1 en 2 een typecursus aan bod.

Bij internetlessen besteden we aandacht aan "veilig internetten". Denk aan veilig omgaan op en met chatsites, maar ook aan onveilige e-mail met
virussen of andere vervelende dingen. Heel zelden mogen de leerlingen even vrij op het internet, bijvoorbeeld na een lange les. Tijdens het vrije internet mogen de leerlingen op MSN, Hyves, of op you tube een muziekje luisteren. Hier horen echter wel wat regels bij,die waarschijnlijk  thuis ook veel gelden. Zo mogen ze geen sexistische,discriminerende of geweldadige filmpjes bekijken of dit soort spelletjes doen. Ook mogen wij als leerkracht ten alle tijde meekijken met de gesprekken op bijvoorbeeld MSN. Zo proberen we te voorkomen dat er vervelende dingen tegen elkaar gezegd worden. Tegenwoordig zijn veel leerlingen namelijk het slachtoffer van dit "digitale Pesten". Als ze iets tegen elkaar willen zeggen wat wij niet weten mogen dan kunnen ze dat buiten de les doen.

In klas 1 tot en met 3 werken we vooral met de methode ProMotie. Vanaf klas 4 werken ze met lesboeken van Toets-it. Deze boeken behandelen Word, Powerpoint, Excel en internet explorer. Hierin doen ze ook examen en als ze dat gehaald hebben, hebben ze een onderdeel van het
digitaal rijbewijs behaald.

Alle leerlingen krijgen vanuit school een koptelefoon. Deze blijft in het lokaal. ALs ze deze kwijt zijn of hij wordt verwaarloosd en gaat kapot kost het €1,- voor een nieuwe koptelefoon.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Basis zorg

(info volgt)


Textiel

Dit vak wordt in de onderbouw gegeven. De leerlingen maken kennis met alle technieken die er zijn op textiel gebied. Zoals: breien ,haken, borduren, weven, naaien. Op de naaimachine wordt veel gewerkt, Er komen vele handvaardigheden aan te pas: knippen, meten . Ook is het een goede oefening voor de fijne motoriek. De mogelijkheid om kleding te herstellen is ook aanwezig. Er worden vele leuke dingen gemaakt bv. tassen ,kussens, schorten en wat in is.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Schilderen

(info volgt)

CUMA

De naam CuMa staat voor Cultuur en Maatschappij. De leerlingen werken met boekjes van ProMotie over verschillende thema's. In deze lessen Cultuur en Maatschappij gaan de leerlingen zich oriënteren op hun verschillende rollen in de klas, thuis en in de maatschappij. Ook bereiden zij zich voor op hun toekomstige leefwereld. Daarbij gaat het vooral om wonen, vrijetijdsbesteding en in de toekomst eventueel werken. Met deze lessen vergroten ze niet alleen de kennis, maar vooral ook de zelfredzaamheid. Er zijn vijf algemene thema’s waarmee we werken:

Rondom je ruimte
Op je gezondheid
Leuke dingen
Geldzaken
De maatschappij

De thema’s zijn verdeeld in modules die elk leerjaar in moeilijker worden. De onderwerpen zijn gerangschikt van ‘dichtbij’ naar ‘verderaf’ in de belevingswereld van de leerling. Dichtbij betekent bijvoorbeeld: eigen voeding, kleding, kamer, geld. Verderaf is vertaald naar zelfstandig functioneren in de maatschappij bijvoorbeeld: gebruik van sociale voorzieningen, gezondheidszorg, mobiliteit. De opdrachten bevatten dus een directe link met de praktijk. Dat maakt de stof voor de leerlingen concreet en direct toepasbaar in het dagelijks leven.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Groen

(info volgt)


Huishoudelijk werk

Klas 1 krijgt huishoudelijk werk tijdens deze lessen leren de leerlingen allerlei huishoudelijke werkjes die je dagelijks tegen komt zoals bijvoorbeeld; strijken, fornuis schoonmaken, ramen zemen etc. Van iedere leerling is er een lijst met daarop de schoonmaakopdrachten die moeten worden gedaan. De leerling kan zelfstandig de taken uitvoeren en deze worden dan op de lijst afgetekend aan het einde van het schooljaar zullen alle taken gedaan zijn. De taken die dan nog niet zijn uitgevoerd kunnen in klas 2 tijdens de kooklessen aan bod komen. Naast huishoudelijk werk krijgen de leerlingen in klas 1 theorie over koken en schoonmaak, hierbij komen verschillende onderwerpen aan bod zoals gezond eten, tafelmanieren, maar ook hoe hou je de koelkast schoon.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Creatieve handvaardigheid

Tijdens het vak creatieve handvaardigheid werken de leerlingen aan hun eigen werkstuk. Ze werken dan vooral aan driedimensionale werkstukken.  Per opdracht hebben ze een benodigdhedenlijst en een stappenplan van hoe ze te werk moeten gaan. De leerkracht heeft vaak voorbeelden
om te laten zien zodat ze al een beetje een beeld hebben bij de opdracht. Gedurende het schooljaar komen verschillende technieken aan bod, zoals werken met papier-maché, het maken van een mozaïek, gips verwerken, het graveren van glas e.v.a. De werkstukken zijn zo veel mogelijk bruikbaar en/of decoratief. Het doel van de creatieve lessen, is om de leerlingen kennis te laten maken met de mogelijkheden om zelf iets moois/leuks te kunnen creëren  en om ze hier handiger in te laten worden.

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Verkeer

 (info volgt)

Klik hier om terug naar boven te gaan.


Economie (vanaf klas 2)

Vanaf leerjaar vier kan deze richting gekozen worden. Naast een stuk theorie omtrent werken in de detailhandel, leren werken met diverse kassasystemen ook veel praktisch oefening in de schoolwinkel. Een stage in een winkel hoort bij deze opleiding. Met deze opleiding kan een branche-erkend certificaat behaald worden.

Lesinhoud en vaardigheden
Tijdens de lessen van detailhandel in de klassen twee en drie krijgen de leerlingen les in het aanvullen, tellen, inventariseren van de voorraden. Hier wordt gebruik gemaakt van de verschillende opbergmogelijkheden en lokalen binnen de school. Ook leren ze omgaan met geld en oefenen ze praktisch in het verkopen. Ze verkopen op school o.a. snoep, drinken en catering producten aan medeleerlingen en personeel.

Vaardigheden die bij leerlingen ontwikkeld worden bij Detailhandel:
• Geldrekenvaardigheden; op een juiste manier geld teruggeven,  geld bijvragen en afronden.
• Kassavaardigheden
• Sociale vaardigheden
 
 
Werken in de detailhandel

Als je kiest voor werken in een winkel, kies je voor een veelzijdig beroep waarbij geen enkele dag hetzelfde is. Door te oefenen op school en te werken in een stage bedrijf maak je de benodigde vaardigheden eigen. Het examen “Winkelmedewerker” is sterk praktijkgericht. Het examen kan afgenomen worden op school of in het stage bedrijf. De beoordeling richt zich op vaardigheden als het omgaan met klanten, vakken vullen, het
ontvangen en opslaan van goederen, bedienen van prijstang en het schoonhouden van de winkel. Als je op je stage plek kassa mag draaien, kun je ook “kassa” als examenonderdeel kiezen. Dit levert een aparte vermelding op je certificaat op.


Beroepen Orientatie (vanaf klas 3)

In klas 3 krijgen de leerlingen te maken met Beroepenorientatie. De leerlingen krijgen dit 2 uur in de week. We werken met verschillende methodes, werkbladen. beeldmateriaal en internet. De methodes zijn “Fit voor de stage” van promotie,” op weg naar stage en werk”. Via beroepenbeeldbank.nl kunnen we verschillende beroepen bekijken.  In de methode “Fit voor de stage” gaat het om uiterlijke verzorging, werkhouding, hygiëne, lichamelijke inspanning, genotsmiddelen, etc.. In de methode “Op weg naar stage en werk” leren de leerlingen het doel van stage, sollicitatie brieven schrijven, gesprekken voeren, etc… Via internet en met videomateriaal bekijken we de verschillende beroepen, die de leerlingen later kunnen gaan doen.

Klik hier om terug naar boven te gaan.

 


Drama (vanaf klas 3)

De lessen drama bevatten verschillende onderwerpen die van belang zijn voor verschillende redenen;


• Wat voel ik zelf? Denk hierbij aan verdriet, boos zijn, agressie, verlegen, onzeker, enz. Meer inzicht in zichzelf krijgen.
• Hoe ga ik op een juiste manier met die gevoelens om en hoe reageert een ander daarop?
• Sociale contacten in de klas verbeteren.
• Spelen met taal en expressie. Je beter in kunnen leven in een bepaalde rol/persoon en of situatie.
• Voorbereiding op de stage. Hoe ga je met klanten, baas, collega’s en situaties om?
• Maar het is natuurlijk ook een leuke inspanning waar leerlingen veel lol en plezier kunnen hebben.

 

Klik hier om terug naar boven te gaan.

 

Indien u een gebruikersnaam en wachtwoord van ons hebt ontvangen, kunt u inloggen om het beveiligde gedeelte van onze website te bekijken.

Heeft u nog geen inloggegevens? Vraag deze dan hier aan.