login
Praktijkschool De Wissel Respont

Bovenbouw klas 4 t/m 6

Nederlands

Engels

Rekenen/wiskunde

Rekenen Op jezelf

Cuma

Stagebespreking

EHV / BHV

Sociale wetgeving

Jong

Algemene vorming

ICT

Basis Zorg

Find out

Roes

Autotheorie
 

 

Nederlands

Nederlands bestaat uit een aantal  onderdelen:
1 begrijpend lezen
2 spelling
3 schrijven
4 ralfi lezen

1 Begrijpend lezen:


Bij het vak begrijpend lezen wordt gebruik gemaakt van de praktijkschoolmethode ‘promotie’. Deze methode is gericht op leerstof die direct in de praktijk te gebruiken is. Hierbij kun je denken aan het leren lezen van recepten, plattegronden, handleidingen e.d. De methode bestaat uit 5 delen. Elk schooljaar wordt er 1 deel behandeld. De leerlingen werken in niveaugroepen. Elk jaar wordt er opnieuw gekeken of een leerling in de goede niveaugroep zit. Dit doen we door middel van een toets. Zo kunnen we zien of een leerling vooruit gaat en  hij/zij nog op het goede niveau werkt. Naast promotie lezen wordt er ook gebruik gemaakt van Nieuwsbegrip. Nieuwsbegrip werkt met een tekst en vragen. Deze tekst is elke week nieuw en gaat over iets wat gebeurd is die afgelopen week. Up to date dus! Bovendien worden deze teksten ook weer geschreven op niveau. Je  hebt een A, B en C versie, zodat leerlingen op hun eigen niveau kunnen werken. We kunnen daarnaast ook nog gebruik maken van een programma op de computer. Dit programma heet Netnieuws. Het mooie van dit computerprogramma is dat de teksten, die ook elke week anders zijn en over iets gaan uit het nieuws van afgelopen week, door de computer voorgelezen kunnen worden. Zo kunnen ook leerlingen die moeite hebben met lezen helemaal zelfstandig aan de slag! De vragen die hier bij horen kunnen de leerlingen digitaal maken waarna ze hun werk kunnen uitprinten en inleveren. Voor de leerlingen die behoefte hebben aan verdiepingsstof gebruiken we de vmbo methode station.  Deze methode werkt met modules zodat we de leerlingen stof kunnen aanbieden die op dat moment past bij hun ontwikkeling.


2 Spelling

Ook bij het vak spelling werken we in niveaugroepen. Anders dan bij begrijpend lezen gebruiken we hier geen methode voor het praktijkonderwijs omdat deze voor spelling niet bestaat. We gebruiken hiervoor de methode Taal op maat. Daarnaast is er nog extra stof in de vorm van spelling in de lift. Spelling wordt ook in niveaugroepen gegeven. Elk jaar wordt er opnieuw een toets afgenomen zodat wij precies weten wat de leerlingen al kunnen en waarbij ze nog extra hulp nodig hebben.

3 Schrijven

Het vak schrijven wordt in de eerste drie klassen (onderbouw) gegeven. Voor dit vak gebruiken we de praktijkschool methode promotie schrijven.
Schrijven wordt klassikaal gegeven. Onderwerpen die aan bod komen zijn: kaarten en brieven schrijven en opsturen, het maken van een dossier, belangrijke  papieren invullen, informatie  vragen, zakelijke  e-mails schrijven e.d.
 

4 Ralfi lezen

Wat is Ralfi lezen en hoe wordt het gegeven op Praktijkschool ‘de Wissel’.

Ralfi lezen is ontstaan vanuit de wens om leerlingen vloeiender te laten lezen. Dit is  vooral bedoeld voor leerlingen die de leeshandelingen wel beheersen, maar niet automatiseren.
Ralfi lezen staat voor:

R:  repeated reading, wat betekent: herhaald lezen van hetzelfde stukje
A:  assisted reading: leerlingen worden ondersteund bij het lezen
L:  Level: er wordt gewerkt met relatief moeilijke tekst (hoger dan niveau)
F: Feedback: Leerlingen krijgen directe feedback op aarzelend of fout gelezen woorden.
I:  Interactie en Instruction: Er is interactie over de inhoud van de tekst.

Repeated:
Herhalen van de tekst blijkt voor de leerlingen van groot belang. Hierdoor wordt de vloeiendheid van het lezen bevordert. De tekst wordt in totaal 4 keer gelezen, daarna wordt overgegaan naar de volgende bladzijde.

Assisted:
Leerlingen worden ondersteund bij het lezen. Het lezen wordt hierdoor makkelijker waardoor succeservaring plaatsvindt.

Level:
Er wordt gewerkt met teksten die de leerlingen vaak zelf  nog niet zelfstandig kunnen lezen. Dit omdat teksten van een wat hoger niveau inhoudelijk interessanter zijn voor de leerlingen en omdat het een rijkere context heeft.

Feedback:
Leerlingen worden gelijk geholpen wanneer ze een woord foutief lezen of als ze aarzelen.

Interactie:
Naast het technisch lezen is er ook aandacht voor de inhoud. Zo wordt er besproken hoe het verhaal zou kunnen eindigen, worden er tekeningen gemaakt over een gebeurtenis in het boek en samenvattingen gemaakt. Daarnaast worden moeilijke woorden/zinnen besproken.  Eventueel wordt er extra informatie gezocht op de computer. Hierdoor komen de volgende leesstrategieën aan bod:

- Vragen stellen
- Samenvatten
- Voorspellen
- Ophelderen.
In de praktijk werkt het op de volgende manier:

Een leerling die moeite heeft met lezen, omdat
- zijn avi- niveau laag is, of
-  het leestempo laag ligt of
-  er vermoedens van dyslectie zijn
komt in aanmerking voor ralfi lezen.

• Leerlingen moeten zelf gemotiveerd zijn om te lezen. Zij krijgen een intake-gesprek waarin wordt besproken wat het doel is van ralfi lezen en of zij hiervoor gemotiveerd zijn. Wanneer de leerling gemotiveerd is, volgt de volgende stap
• Afhankelijk van niveau wordt gekozen met hoeveel leerlingen er in een groepje gelezen wordt, altijd met begeleiding van leerkracht/onderwijsassistent. Er wordt gestreefd naar minimaal groepjes van 2 en maximaal groepjes van 4 lezers.
• Samen wordt een boek gekozen die een niveau hoger ligt dan hun eigen avi niveau, voor de lagere niveaus hebben leerlingen ruime keuze uit de boeken van eenvoudig communiceren, hogere niveaus kunnen ook andere jeugdboeken lezen. De keuze van het boek is zeer belangrijk, daar het bijdraagt aan de motivatie van de leerling. Het boek moet leuk gevonden worden.
• Ieder krijgt een eigen boek, het is raadzaam  om de bladzijden te kopiëren zodat er in gestreept kan worden, zeker bij boeken van een hoger niveau.
• De eerste bladzijde wordt eerst voorgelezen door de leerkracht/onderwijsassistent. De leerlingen lezen mee, zetten eventueel strepen onder woorden die ze niet kennen. Deze woorden worden uitgelegd, het liefst door andere leerlingen die het woord wel kennen.
• De leerlingen lezen stil de bladzijde voor zichzelf.
• Daarna begint een leerling met het voorlezen van de bladzijde. Daarna leest de andere leerling ook nog een keer dezelfde bladzijde. Totdat iedere leerling de bladzijde gelezen heeft. Wanneer een leerling woorden fout leest mogen andere leerlingen uit het groepje de lezende leerling helpen. Ook de leerkracht kan dat doen. Een leerling wordt meteen geholpen, bijvoorbeeld ook als hij het woord aarzelend leest.
• Tenslotte is er tijd voor het maken van een samenvatting, het voorspellen hoe het verhaal afloopt of het maken van een tekening. Lezen van de bladzijde. Daarna leest de andere leerling ook nog een keer dezelfde bladzijde. Totdat iedere leerling de bladzijde gelezen heeft. Wanneer een leerling woorden fout leest mogen andere leerlingen uit het groepje de lezende leerling helpen. Ook de leerkracht kan dat doen. Een leerling wordt meteen geholpen, bijvoorbeeld ook als hij het woord aarzelend leest.



terug naar boven

Engels

Promotie Let’s get started 

Het verstaan en spreken van de Engelse taal is belangrijk om binnen en buiten Nederland te kunnen communiceren. Met 'Let’s get started' oefenen de leerlingen praktijksituaties op het gebied van wonen, werken en recreëren. Zo zijn ze straks in staat om een toerist in Nederland de weg te wijzen of zelf op vakantie een maaltijd te bestellen.

Let’s get started heeft koppelingen met de sociale en mondelinge vaardigheden die in alle leerlijnen van PrOmotie verweven zijn. We zetten het materiaal in in elk leerjaar van het praktijkonderwijs. Het materiaal van Let’s get started bestaat uit een map met drie faseboeken en een cd-rom. De vijf domeinen van Cultuur en Maatschappij komen hier steeds in terug; Rondom je ruimte, Op je gezondheid, Leuke dingen, Geldzaken en De maatschappij. Uitgangspunt voor Engels in het praktijkonderwijs is dat de leerlingen starten op het basisniveau. We beginnen met het aanleren van woorden en korte zinnen zoals “I like …” Het stampen van rijen woordjes en werkwoordsvormen is geen doel op zich, soms zijn voor het uitvoeren van praktische oefeningen echter wel (delen van) rijtjes nodig. We behandelen realistische thema’s die aansluiten op de belevingswereld van de klas. De cd-rom met filmclips is daarbij ondersteunend.

terug naar boven


Rekenen/wiskunde


Het vak rekenen wordt klas 1 t/m 5 in 3 sub-groepjes gegeven, zodat iedereen op zijn/haar eigen tempo en niveau kan werken.
 Het reken/wiskunde onderwijs bestaat uit verschillende onderdelen:
- Hoofdrekenen (uit je hoofd sommen maken)
- Praktisch rekenen (meten, tijd, inhoud, enz uit boekjes van ‘promotie’)
- Geldrekenen (geld tellen, wisselgeld teruggeven, betalen, enz)
Dit laatste onderdeel wordt ook tijdens de lessen Economie behandeld.

Promotieboeken
Net als goed kunnen lezen en schrijven is rekenen een belangrijk onderdeel waarmee we de leerlingen voorbereiden op een zelfstandige plek in de maatschappij. In PrOmotie Rekenen en Wiskunde wordt de lesstof aangeboden in een vorm die nauw aansluit op wat leerlingen in het praktijkonderwijs kunnen en nodig kunnen hebben. Abstracte formules zijn er niet bij, alles is gerelateerd aan de praktijk. Veel van de onderwerpen die in de werkboeken behandeld worden, komen terug bij andere leerlijnen. Dit zijn allerlei nuttige dingen uit het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wegen bij Praktijk en Loopbaan (Koken) en geldrekenen bij Cultuur en Maatschappij (Ik betaal!). Daarnaast komen onderwerpen als temperatuur en tijd aan bod, net als meten (bijvoorbeeld voor het inrichten van woonruimte of afleggen van een afstand).

Terug naar boven

Rekenen Op jezelf

Bij Rekenen & Wiskunde werken we zoveel mogelijk met de boeken van Promotie. We proberen iedere leerling op zijn eigen niveau te laten werken. Dat kan door apart materiaal, extra werk of werken in eigen tempo. Middels het instrumenteel rekenen proberen we goed aan te sluiten bij de praktijkvakken.

Het minimale streefdoel is de leerlingen de basisvaardigheden aan te leren, omgaan met geld, hanteren van eenvoudige maten, kunnen hanteren van de tijd en de zakrekenmachine. In de eerste jaren op de Wissel wordt vooral gewerkt aan de uitbreiding van de technische reken-  en wiskundige vaardigheden. Daarna speelt de praktische toepasbaarheid een steeds grotere rol. In groep vier werken de meeste leerlingen het boekje “Op Jezelf”  Het boekje heeft deze titel aangezien de leerlingen aan de slag gaan met berekeningen m.b.t. bijvoorbeeld het inrichten van hun kamer, het uitrekenen van de kosten van de wekelijkse boodschappen of het aantal uur wat nodig zal zijn om hun kamer/huis te onderhouden.

 

terug naar boven


Cuma

 De naam CuMa staat voor Cultuur en Maatschappij. De leerlingen werken met boekjes van ProMotie over verschillende thema's.   In deze lessen Cultuur en Maatschappij gaan de leerlingen zich oriënteren op hun verschillende rollen in de klas, thuis en in de maatschappij. Ook bereiden zij zich voor op hun toekomstige leefwereld. Daarbij gaat het vooral om wonen, vrijetijdsbesteding en in de toekomst eventueel werken. Met deze lessen vergroten ze niet alleen de kennis, maar vooral ook de zelfredzaamheid. Er zijn vijf algemene thema’s waarmee we werken:

Rondom je ruimte
Op je gezondheid
Leuke dingen
Geldzaken
De maatschappij

De thema’s zijn verdeeld in modules die elk leerjaar in moeilijker worden. De onderwerpen zijn gerangschikt van ‘dichtbij’ naar ‘verderaf’ in de belevingswereld van de leerling. Dichtbij betekent bijvoorbeeld: eigen voeding, kleding, kamer, geld. Verderaf is vertaald naar zelfstandig functioneren in de maatschappij bijvoorbeeld: gebruik van sociale voorzieningen, gezondheidszorg, mobiliteit. De opdrachten bevatten dus een directe link met de praktijk. Dat maakt de stof voor de leerlingen concreet en direct toepasbaar in het dagelijks leven.

terug naar boven


Stagebespreking

Tijdens het lesuur stagebespreking vullen de leerlingen die stage lopen een formulier in, waarop ze kunnen aangeven hoe de afgelopen keer de stage is verlopen. Ze moeten hierbij zelf dus evalueren over de stage, en nadenken over zakan als: was ik zelfstandig? Ging er iets mis? enz.

 

terug naar boven


EHV en BHV( Eerstehulp verlening/Bedrijfshulpverlening)


Tijdens de cursus leer je wat je moet doen, maar ook wat je moet laten. Het maakt niet uit of dat nu om een baby, een peuter, kleuter of volwassene gaat, alles komt aan bod. De cursus wordt gegeven door onze instructeur EHV. Om het oefenen zo "echt" mogelijk te maken, worden medeleerlingen als slachtoffer ingeschakeld. Ze spelen bijvoorbeeld dat ze een ongeval hebben gehad en iemand uit de groep moet naar zijn beste kunnen eerste  hulp verlenen. Dit kan zijn het verbinden van een wond, constateren dat iemand een flauwte heeft, iemand in veiligheid brengen of een reanimatie. Nieuw in deze cursus is dat het gebruik van de Automatische Externe Defibrillator (AED) automatisch is toegevoegd. Met dit draagbare apparaat leren de leerlingen hoe ze bij een reanimatie op een geautomatiseerde manier een schok kunnen toedienen met als doel het hart weer in een normaal ritme te brengen. Tegenwoordig is de AED op steeds meer plaatsen beschikbaar. Denk aan zwembaden, buurtcentra, andere plaatsen waar veel mensen bijeenkomen, maar ook bij ons op school. Deze cursus wordt afgesloten met een theoretisch en praktisch examen en krijgen hiervoor hun EHV diploma.

BHV

Als leerlingen hun EHV diploma gehaald hebben kunnen ze in 1 dag ook hun volledige BHV certificaat halen. In die dag krijgen ze theorie over blusmiddelen en ontruiming en het geleerde brengen ze ook in de praktijk als ze zelf brandjes leren blussen. Elke werkgever is verplicht een minimum aantal BHV'ers binnen het bedrijf te hebben. Het BHV certificaat wordt gehaald na het maken van een theoretisch examen en het afronden van de praktische handelingen en krijgen hiervoor hun EHV diploma.

terug naar boven


Sociale wetgeving

Binnen dit vak maken de leerlingen op een eenvoudige manier kennis met de wetgeving in Nederland. Aan bod komen o.a. : Leerplicht, WAO, WAJONG, Ziektewet , WW. Leerlingen krijgen daarnaast  informatie over instanties waar ze hulp kunnen vragen wanneer ze bijvoorbeeld problemen hebben in de thuissituatie of wanneer ze werkloos raken. Dit vak wordt in de bovenbouw gegeven. 

terug naar boven


Jong

 In de groepen vier van de bovenbouw kijken we iedere week een aflevering van JONG. Presentator Manuel Venderbos gaat per bus langs bij jongeren met een bijzonder verhaal of uiterlijk. Hoe gaan ze om met hun anders-zijn? Na afloop van iedere aflevering is er ruimte voor een nabespreking.

terug naar boven


Algemene vorming

 Deze uitleg volgt.

 

terug naar boven


ICT

 Vanaf klas 4 werken de leerlingen met lesboeken van Toets-it. Deze boeken behandelen Word, Powerpoint, Excel en internet explorer. Hierin doen ze ook examen en als ze dat gehaald hebben, hebben ze een onderdeel van het digitaal rijbewijs behaald.

terug naar boven


Basis Zorg

 Deze uitleg volgt.

 

terug naar boven


Find out

 Binnen deze lessen, waarbij gebruik wordt gemaakt van dvd’s, komen onderwerpen met betrekking tot alcohol, seks en drugs aan bod.

terug naar boven


Roes

Binnen deze lessen, waarbij gebruik wordt gemaakt van dvd’s, komen onderwerpen met betrekking tot alcohol, seks en drugs aan bod.

terug naar boven

autotheorie

Leerlingen kunnen zich vanaf 16 jaar voorbereiden voor de theorie van het autorijbewijs. Door de intensieve manier van lesgeven en de extra tijd die hier aan besteed wordt slagen leerlingen sneller voor de theorie van het autorijbewijs en komen we veel oud-leerlingen tegen in een auto.

terug naar boven

Indien u een gebruikersnaam en wachtwoord van ons hebt ontvangen, kunt u inloggen om het beveiligde gedeelte van onze website te bekijken.

Heeft u nog geen inloggegevens? Vraag deze dan hier aan.